Twee vrouwen
Harry Mulisch, Twee vrouwen, De Bezige Bij, 2006 (1e druk 1975)
Wie zo inzet, heeft ambitie: ‘Er zijn mij een paar dingen overkomen, – niet alleen de dood van mijn moeder’. Deze openingszin van Twee vrouwen duidt erop dat de auteur zijn lezer niet langzaam een verhaal in wil trekken, met alle subtiele middelen die hij tot zijn beschikking heeft, maar direct laat weten: ik heb u een drama te vertellen – eentje zelfs waarin de dood van een moeder maar een detail is. Maak dat maar eens waar, denk je dan sceptisch. Zeker als de auteur zo’n arrogante reputatie heeft als Mulisch.
Honderdveertig pagina’s verder heb ik me gewonnen gegeven. Twee vrouwen is – in weerwil van de cerebrale stijl en gedateerde beschrijving van een lesbische relatie als iets schokkends – onomkoombaar, aangrijpend, strak gecomponeerd, kortom, erg goed.
Het actieboek van Nederland Leest 2008 gaat over een oudere, gescheiden kunsthistorica uit Amsterdam die, als door een toverslag, valt voor een zwijgzame jonge vrouw uit de provincie. Een paar maanden gaat het goed. Hun relatie, gebaseerd op een intuïtieve aantrekkingskracht, kent de gebruikelijke hoogte- en dieptepunten. Tot de kunsthistorica opeens wordt verlaten. Voor een man – waarmee de natuurlijke orde der dingen, zoals die in 1975 nog sterk gold, terug lijkt te zijn. Of niet? Lees daarvoor zelf Twee vrouwen.
Wel vraag ik me af waarom dit verhaal niet op zichzelf kan staan. Het is een ijzersterk drama. Maar niet alleen dat: het is een moderne variant van de antieke liefdesgeschiedenis van Orpheus en Euridyce, zoals de achterflap meldt. Waarom? Als het moet, zijn parallellen te ontdekken. Maar dan nog: is in elk geslaagd verhaal niet een parallel met een ouder verhaal te vinden? Waarom moet Mulisch dat per se benadrukken?
Ik heb een paar theorieën – voor wat het waard is:
1) Misschien leidt Mulisch aan een minderwaardigheidscomplex. Door expliciet een antieke mythe als voorbeeld te nemen weet hij zeker dat de lezers hem op het niveau van wereldliteratuur zullen beoordelen.
2) Misschien voelt hij zich alleen door een groot voorbeeld te nemen, uitgedaagd om het beste uit zichzelf naar boven te halen.
3) Misschien heeft hij een houvast nodig. Zoals Georges Perec een roman kon schrijven door zichzelf de opdracht te geven de letter ‘e’ niet te gebruiken. Zoals de opeenvolging van korte en lange woorden bij Raymond Queneau aan wiskundige formules moesten voldoen. Zo heeft Mulisch een antiek voorbeeld nodig om zijn verbeelding op gang te krijgen en een ‘rond’ verhaal te krijgen.
Maarten Dessing

24 May 2008 at 17:01
Die eerste zin doet me ook denken aan L’etranger van Camus. Of is die niet antiek genoeg voor Mulisch?
24 May 2008 at 19:41
Camus is een tijdgenoot. Tegenover tijdgenoten waant Mulisch zich superieur. Kijk maar naar zijn reacties toen Reve stierf, toen Wolkers stierf, toen Claus stierf, etc.
2 June 2008 at 14:49
Ik heb nog een theorietje:
4) Mulisch behoort tot een generatie van schrijvers (Claus, Reve, Hermans) die allemaal een onderlaag van mythologie in hun romans steken. De vraag die ik me stel is vooral waarom dat type romanschrijver uitgestorven is/lijkt. Ik zie A.F.Th. en Dimitri Verhulst het niet doen. Peter Verhelst stoeit af en toe nog wat met mythologie, maar op een heel andere, veel “opener” manier.
2 June 2008 at 16:05
Claus, ja. Maar Reve en Hermans? Dat valt toch wel mee. Anderzijds: A.F.Th. van der Heijden baseert zijn huidige cyclus ‘Homo Duplex’ in zijn geheel op de Oidipous-mythe van Sophocles. De hoofdpersoon die het drama in Het schervengericht in gang zet en meer dan duizend pagina’s aan de gang houdt, is de god Apollo – al heeft die dan z’n naam verpatst en heet hij nu anders.
3 June 2008 at 15:37
En bij AFTh doet het nogal geforceerd aan. Hoe nadrukkelijk dringt Mulisch in Twee vrouwen de mythologie op aan zijn lezer?
4 June 2008 at 07:38
Gelukkig niet. Mulisch laat de twee vrouwen (met de man die een cruciale rol in hun relatie zal spelen) naar een toneelbewerking van Orpheus en Euridyce gaan, maar op deze manier gebracht, is de verwijzing niet hinderlijk. Het is een decor met betekenis.
31 October 2008 at 00:11
Op zich geen slecht boek, maar het kostte me moeite verder te lezen toen ik las dat de hoofdpersoon met de auto over de Pont des Arts reed. Dat is nooit anders geweest dan een voetgangersbrug waar geen auto overheen kan.
Had op z’n minst gecorrigeerd kunnen worden voor deze heruitgave waarvan er duizenden worden uitgedeeld.
31 October 2008 at 09:06
Maar een redacteur van een uitgeverij kan toch niet alles weten? En dan nog. Ik zou ook geen idee hebben, ook al ben ik in mijn leven zeker tien keer over die Pont des Arts gelopen.
11 November 2008 at 15:06
Vind dit, “ Twee Vrouwen“, een behoorlijk spannende maar vooral zeer gevoelige, haarscherp gevoelens en sferen weergevende roman.
“ Terwijl ik denk, val ik over een futiliteit? Nee, want men noemt voor G’d wel een andere naam: Liefde en dat is juist de kern in “Twee Vrouwenâ€. Helemaal niet hun afwijkende relatie (al zou ik echt geen zwartwit-impressie van dit boek kunnen maken, dat zou er afbreuk aan doen). Ik kan dat vloeken (dat dus in de oplaag aantallen x 4 voorkomt) dan alleen maar relativeren als een verzetsuiting tegen het verliezen van de Liefde. Er zijn nog genoeg ander vloeken dan juist die ene. Dat lijkt futiel, maar bij Liefde zit een bijzonder facet: vergeving.
De Liefde toont via Harry Mulish iets van de kracht die al het andere minder belangrijk doet lijken.
Dat spreekt vooral uit de totale liefde-overgave van Sylvia door een wens van Laura (de ik-figuur in het boek) te vervullen, iets dat haar uiteindelijk het leven zou kosten. Liefde is echt blind in de haast letterlijke zin en misschien juist door de hulpeloosheid en kwetsbaarheid ervan zo sterk, zozeer dat ze blijft voortleven als legende, mythologie, hoe of wat dan ook.
Ik lees rondom over de “mythologie†zonder dat iemand lijkt te beseffen waarom die mythologie zo is geworden: de Liefde is ongrijpbaar en laat zich zelfs niet doodschieten. Anders had Harry M. het verhaal nooit kunnen schrijven.
Maar vanwege het knappe geheel vond ik het jammer dat er 4 x in ’t boek gevloekt wordt op G’d .
Wolkers deed ook zoiets. Ik heb geprobeerd dat te relativeren en een vriend zei: “Ach vloeken op G’d is ook respect: je denkt aan G’d
en daar hoort weer bij dat alles vergeven kan worden maar slechts 1 ding niet.
11 November 2008 at 15:48
Zelf heb ik het boek ook gelezen, ik vond het een goed boek en het laat duidelijk zien hoe men in die tijd dacht over onder andere homoseksualiteit. Het is een mooi maar heftig boek.
14 November 2009 at 16:32
Hallo slimme lezers,
Ik wil graag wat vragen aan jullie geinteresseerden. Ik vraag me af of iemand van jullie weet of het te maken heeft met mulisch de wereldbeeld dus en ook met het het principe van octaviteit te maken heeft dat mulisch elke keer mythes verwerkt in zijn boeken?
20 November 2009 at 13:19
Het spijt me. Maar als je Mulisch’ oeuvre leest, kun je hier vast zelf enkele interessante gedachten ontwikkelen. Hou ons op de hoogte.