Jacques de fatalist en zijn meester
Denis Diderot, Jacques de fatalist en zijn meester, Athenaeum-Polak & van Gennep, 2005
Jacques de fatalist en zijn meester nog vele stappen verder dan Tristram Shandy? Dixit de uitgever op de binnenflap. Dat moet misleidende reclame zijn. Anders kan ik het niet verklaren.
Denis Diderot is vergeleken bij zijn tijdgenoot Lawrence Sterne traditioneel. (Maar wie niet?) Hij spreekt de lezer toe – meestal bestraffend – spot met alle filosofieën van zijn tijd, en onderbreekt met sadistisch genoegen voortdurend al zijn verhalen. Voor een well made novel moet de lezer niet bij hem zijn. Maar vormexperimenten? Nee. En de losgeslagen, in chaos verzandende verhalen van Sterne? Evenmin. Ook al presenteert Diderot het slot van Jacques de fatalist en zijn meester openlijk als irrelevant, door verschillende varianten te presenteren, hij maakt zijn boek wél rond.
Het zou beter zijn Diderot en Sterne niet met elkaar te vergelijken. Het is onvermijdelijk: twee hoogtepunten uit de anti-literatuur, vlak na elkaar verschenen – dan vraag je erom. Maar beoordeel Jacques de fatalist en zijn meester op zijn eigen merites.
En dan is het een roman om te koesteren. De gesprekken tussen Jacques en zijn meester zijn grappig. De raadselachtige manier waarop Diderot zijn verhalen inleidt, is geweldig. De avonturen worden opgedist, zijn scabreus en geraffineerd, in de traditie van Boccaccio. Kortom: lees dit boek.
Maarten Dessing
